Naar inhoud springen

Gnathifera (stam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Gnathifera
Fossiel voorkomen: Cambriumheden
Een raderdiertje tussen twee blauwwiertjes
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Onderrijk:Eumetazoa (Orgaandieren)
Clade:Bilateria
Clade:Protostomia
Clade
Gnathifera
Ahlrichs, 1995
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Gnathifera (van het Griekse gnáthos, "kaak", en het Latijnse -fera, "dragen") is een clade van kleine ongewervelde dieren die worden gekenmerkt door hun goed ontwikkelde kaken van chitine. De groep behoort tot de Spiralia, dieren die een protostome ontwikkeling vertonen met spiraalklievingen. Gnathifera omvat de fyla Gnathostomulida, Rotifera, Micrognathozoa en Chaetognatha.[1] Mogelijk behoren ook de kransdiertjes (Cycliophora) tot deze clade.

Tot de Gnathifera behoren een aantal van de meest abundante fyla van het dierenrijk. Raderdiertjes zijn bijvoorbeeld een van de diverse en overvloedige zoetwaterdieren en Chaetognatha vormen een zeer groot aandeel van de mariene plankton.[2]

Het meest onderscheidende kenmerk van Gnathifera is de aanwezigheid van complexe gesclerotiseerde monddelen die opgebouwd zijn uit chitine.[1] Bij de meeste gnathiferans bevindt de anus zich aan het dorsale oppervlak van het dier. Bij micrognathozoën en gnathostomuliden is de anus van voorbijgaande aard en vormt zich alleen tijdens de ontlasting. In tegenstelling tot andere Gnathifera, bevindt de anus zich bij Chaetognatha en Amiskwia op het ventrale oppervlak in een subterminale positie.[3]

Gnathifera hebben een directe ontwikkeling: de larven lijken op de adulten. Ondanks dat Gnathifera deel uitmaakt van de Spiralia, vertonen de raderdiertjes en Chaetognatha geen spirale klieving in hun ontwikkeling.[1] Bij veel soorten, zoals micrognathozoën en gnathostomuliden is de ontwikkeling beperkt bekend.

Gnathifera behoort tot de Spiralia. Het is het zustergroep van een clade die alle andere vertegenwoordigers van de spiralia omvat.[1] In het verleden werden de meeste Gnathifera-soorten ondergebracht bij de Aschelminthes, een groep die nu als polyfyletisch wordt beschouwd.

Rotifera bestaat uit vier subclades: Seisonida, Acanthocephala, Bdelloidea en Monogononta. De Acanthocephala werden traditioneel uitgesloten van de Rotifera, maar men heeft ontdekt dat raderdiertjes parafyletisch zijn zonder de Acanthocephala op te nemen.[4]

 Spiralia
 Gnathifera

 Gnathostomulida




 Micrognathozoa



 Chaetognatha


 Rotifera

 Seisonida



 Acanthocephala



 Bdelloidea



 Monogononta






 Platytrochozoa