Naar inhoud springen

Overleg:Apologetiek

Pagina-inhoud wordt niet ondersteund in andere talen.
Onderwerp toevoegen
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Laatste reactie: 9 jaar geleden door Apdency in het onderwerp Slecht geschreven

Slecht geschreven

[brontekst bewerken]

Wat een slecht geschreven stuk zeg. Er is maar met zeer veel moeite een touw aan vast te knopen en zelfs dan nog niet echt. Tasja 1 sep 2008 21:23 (CEST)Reageren

Mee eens. Het lijkt erop dat iemand een boodschap wil overbrengen zonder het als een boodschap te laten klinken. Het resultaat is een houtje-touwtje-verhaal, dat bovendien bepaald niet neutraal klinkt ("Wanneer we apologetica of apologetiek willen definiëren als een “verontschuldiging”, is het duidelijk dat het hier gaat over een actie die openlijk bekritiseerd wordt. Het geeft aan dat de christelijke religie niet omgeven wordt door een gelukkige omgeving."). In mijn land heb je een ministerie van Defensie. Ik ga toch niet zeggen dat dit iets aantoont m.b.t. mijn land? Apdency (overleg) 11 jul 2015 11:13 (CEST)Reageren

npov

[brontekst bewerken]

NPOV, want eerst aan te vullen met oa oudgriekse apolegetiek, aangezien het hier geenszins om een christelijk begrip gaat. oscar ° overleg 17 okt 2008 22:37 (CEST)Reageren

Marcus evangelie in relatie tot beschreven apologetiek is wel heel erg kort door de bocht en ver gezocht. Het is het verslag van hoe Marcus Jezus heeft meegemaakt en ervaren heeft en het op zijn manier heeft weergegeven. Er is in het geheel niet op te maken dat dit vanuit een verdedigende stelling is opgetekend.

De kern blijft wel dat het zelfs voor de mensen die heel dicht bij Jezus waren (zijn apostelen) in het begin ook niet begrepen wie Hij werkelijk was. Macus 4:41[NBG51]"Wie is toch deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn? Maar de geestelijke wereld herkennen Jezus wel, dan in dit geval de demonen: Marcus 3:11 "..telkens als zij Hem zagen, en zij schreeuwden, zeggende: Gij zijt de Zoon van God." & marcus 5:7 "Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? " Pas later komt de openbaring bij zijn apostelen, mede door hun wandel met Jezus, wie Hij werkelijk is. Zij bevestigen dit dan ook. Marcus 8:29 En Hij vroeg hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus. Aan de andere kant blijven er mensen die Jezus meemaken, aanhoren en toch niet verstaan wie Hij is? Als Marcus dit als verdedigend stuk had opgetekend dan had hij dit dit anders opgeschreven.– De voorgaande bijdrage werd geplaatst door 81.205.134.248 (overleg · bijdragen) 16 sep 2009 12:23